The Expanse 1: Leviathan Wakes

Gelezen op

James S.A. Corey
Orbit, 2012, 592

Post cyber punk refererend naar de oude space opera meesters, zei Dirk De Bock, en meer dan dat heb ik niet nodig.

Knippe de poeze, zei mijn Kindle, en de eerste twee boeken stonden er.

En jawel: ik vond het helemaal in orde, dat eerste deel van de Expanse-reeks. Science Fiction zoals in de goede oude tijd: geen literatuur (’t is noir en horror en space opera), absoluut geen harde SF (hoe werkt X? “it works… well” zegt de auteur in een interview achteraan), ook niet echt vreselijk vernieuwende dingen of zo (allemaal al gezien, zelfs), maar wel enorm wijs.

Twee personages: Holden, bijna pathologisch idealistisch, en Miller, een gedesillusioneerde politieagent (en, uiteindelijk, ex-politieagent) nemen elk om beurten een hoofdstuk voor hun rekening.

Holden’s schip (een water-transporteur) komt een schip op drift tegen, ze gaan op onderzoek, en op ene paar man na wordt de hele bemanning opgeblazen. Door een schip dat lijkt van Mars te komen. En Holden maakt dat meteen kond aan het hele zonnestelsel — waarmee hij zo ongeveer meteen een oorlog doet beginnen.

De situatie is een geloofwaardig paar eeuw in de toekomst: de mensheid heeft Mars gekoloniseerd en is daar aan het terraformen, en verder zijn er honderden kleine en grote kolonies, op de grote manen en op asteroïden.

Het is ruwweg Aarde en/of Mars versus de anderen: mensen die geboren zijn waar er een open hemel is en echte zwaartekracht versus mensen die geboren zijn op stations met lage zwaartekracht.

Miller is een agent op Ceres. Hij krijgt een semi-officiële opdracht om een rijke dochter van mensen op Aarde te zoeken en terug te halen. Kidnappen, dus. Hoe meer hij te weten komt over het meisje, hoe meer hij er zich in verliest. En vastbijt. En dan blijkt hij uit te komen bij Jim Holden.

Avontuur! Schietpartijen en achtervolgingen! Aliens! Hoera!