
Dungeon Crawler Carl
Jeff Hays (stem)
De cover van Dungeon Crawler Carl ziet er, zowel in de audiobookversie als op papier, zo belachelijk dwaas uit dat die cover alleen er al voor gezorgd heeft dat ik het boek ongeveer een eeuw lang geweigerd heb te lezen.
Maar goed. TikTok bleef het mij maar aanraden. Niet gewoon “dit is wel plezant”, maar eerder: dit is écht goed, echt écht goed. En omdat ik op dat moment geen goesting meer had om verder te gaan in de Malazan-boeken op Audible — het begon allemaal nogal zwaar te worden, en ik wou op de velo gewoon eens iets kunnen beluisteren waar ik mij om de tien minuten niét bij afvroeg wat er eigenlijk aan de hand was en wie dienperdonages juist waren — heb ik uiteindelijk toch Dungeon Crawler Carl 1 gedownload.
Het is wel degelijk echt wel goed.
Het is grappig, maar tegelijk veel minder belachelijk dan de serieus absurde premisse doet vermoeden. Carl is recent weg bij zijn vriendin, heeft toevallig de kat van die ex-vriendin bij zich, en op een nacht wordt de wereld door aliens om zeep geholpen. Overal verschijnen portalen, Carl en de kat lopen door zo’n portaal, en ze komen terecht in een dungeon.
Blijkt dat de aarde vernietigd is en veranderd is in één gigantische dungeon, waarin een soort intergalactisch spel wordt gehouden. In het begin zijn er miljoenen “dungeon crawlers”: mensen van de aarde die nu moeten zien te overleven. Alles wordt uitgezonden op een soort televisie, met miljarden (triljoenen? triljarden? kijkers, talkshows ervoor en erna, commentaar, sponsors, fans — een soort Big Brother meets The Running Man meets gewoon computer-RPG.
Het boek leest dan ook als een game dat wordt verteld: levels, skills, loot, beloningen, quests, monsters, rankings. Dat had rap vermoeiend of flauw kunnen worden, maar Carl die moét meespelen, weigert tegelijk om helemaal mee te spelen. Heel het boek blijft hij zichzelf voorhouden dat ze hem niet gaan breken, dat hij zichzelf zal blijven, en dat hij menselijk zal blijven, ondanks de situaties waarin hij belandt waar ze van hem een moord- en entertainmentmachine willen maken – alles voor de kijkcijfers.
De kat (een Perzisch prijsbeest met de naam Princess Donut) blijkt, door een samenloop van omstandigheden, plots zeer intelligent te zijn geworden. Ze kan spreken en is niet als huisdier in de dungeon geïmporteerd, maar als volwaardige dungeon crawler. Carl zelf loopt, ook door een samenloop van omstandigheden, rond in zijn boxershort en op blote voeten. En door nóg een samenloop van omstandigheden lijkt het erop dat hij wellicht tot het einde van zijn tijd in de dungeon met korte broek en blote voeten zal moeten blijven rondlopen.
Dat soort dingen klinkt dommer dan het uiteindelijk is, de cover doet er absoluut geen goed aan, maar de kern van de zaak zijn twee personages die in een compleet ontmenselijkend systeem terechtkomen en weigeren om zich te laten reduceren tot entertainment.
Aangenaam audioboek ook. Dertien en een half uur fijn entertainment. Het enige wat soms wat lastig is, is dat er in het niet-audioboek messages en tabellen zo zijn, en wellicht ook typografie die iets betekent. Ik kan me voorstellen dat dat in een gedrukt boek gemakkelijker om te lezen is dan iemand één voor één een top tien te horen aflezen, of in een chatconversatie telkens de naam van de ‘spreker’ te moeten herhalen. Maar behalve dat: zeer geslaagd.
Op naar het tweede boek.
