
Harry Potter #6
Harry Potter and the Half-Blood Prince
Meer info
Bloomsbury Publishing · 2005 · 608 blz.
Maar-mensen-toch. Mensen mensen mensen.
Zeshonderd-én bladzijden utter tosh. Tosh and formulaic nonsense. Slècht. Slecht slecht slecht.
Nee serieus: weer eens hetzelfde boek geschreven als vorige keer. Het met zo veel fanfare aangekondigde afsterven van één van de hoofdpersonages wordt al van het begin van het boek getelegrafeerd, en de personages zijn in dit boek zo mogelijk nog meer bordkarton dan de vorige keer; als het sterfgeval er uiteindelijk van komt kon het me eigenlijk al lang niet meer schelen.
De personages zelf ook niet, denk ik, want zó veel emotie kwam er niet aan te pas.
Ik herinner me niet zo goed meer hoe het was om zestien-going-on-zeventien te zijn, maar ik weet redelijk zeker dat het niét was zoals Rowling het hier omschrijft. Alles is onecht, en afstandelijk en koud. Zelfs de liefdeshistories zijn machinaal en formulaisch afgehandeld: “I snogged with X. You snogged with Y. He hasn’t snogged with anyone, that’s why he’s (etc.)” En als het er dan uiteindelijk van komt dat A met iemand “snogget” en B met C, is het allemaal… ho-hum.
Het verhaal zelf: ik ben er gisterenmiddag aan begonnen, heb lang niet de hele namiddag gelezen, ben om halfnegen in bed gekropen wegens ziek, rond een uur of tien weer beginnen lezen, en tegen deze namiddag vroeg was het uit. Dat wil wat zeggen: het verhaal is zo flinterdun dat ik me nu al afvraag hoe het in ‘s hemelsnaam op al die honderden bladzijden uitgesmeerd is geraakt.
We komen iets meer te weten over Voldemort, Harry, Hermione en Ron geraken alledrie aan een lief, er komt weer een nieuwe professor, er is weer een deus-ex-machina-item genre de kaart of het dagboek van Tom Riddle, we worden weer eens op zoveel mogelijke verkeerde benen gezet (maar het truukje begint redelijk afgezaagd te worden wegens al te doorzichtig en irrationeel-onvoorspelbaar), en in het algemeen rammelt het weer aan alle kanten.
Dat is misschien wel hetgene me het meest tegen de borst stuit: de deus ex machinas (di ex machinae machinis?) voortdurend. Hetgene waar Agatha Christie en de haren helemaal tegen waren: de bij het haar gesleurde toverspreuken, speciaal uitgevonden magische boeken, de onmogelijk te voorziene “verrassingen”.
Tussen drie uur en halftwaalf zat ik op een verjaardagsfeest. In die tijdsspanne heb ik het allemaal wat laten bezinken, en het heeft me er niet echt milder op gemaakt.
Het positiefste dat ik erover kan zeggen, is dat het leest als het eerste deel van een tweeluik. En dat alle antwoorden die we nog nodig hadden wellicht zullen komen in het volgende boek.
Voor de rest: laat Harry Potter 6 liggen, en koop iets van een goede schrijver.