The Syro-Aramaic Reading of the Koran: A Contribution to the Decoding of the Language of the Koran

Gelezen op

Christoph Luxenberg
Hans Schiler Verlag, 2007, 349 blz.

Zo ongeveer een kwart van de Koran is onduidelijk. ‘t Is te zeggen: is voor zoveel interpretaties vatbaar dat het zelfs voor al-Tabari (lees er alles over op Wikipedia) in de negende eeuw of voor het belangrijkste lexicon van de Arabische taal, Ibn Manzur’s Lisan al-‘arab (geschreven eind dertiende eeuw, gebaseerd op lexica begonnen in het midden van de achtste eeuw, en niets op Wikipedia, ‘t is proper)  onmogelijk was om er kop of staart aan te vinden.

Wa-l-lāhu ‘alam staat er dan soms in de commentaren. “God weet het best”, waar eigenlijk mee bedoeld wordt: God only knows.

Christoph Luxenberg schrijft over de Koran—“Luxenberg” is een pseudoniem, niet onslim van de mens, in acht genomen waar hij het over heeft en hoe achterlijk somme religieuze mensen op dergelijke dingen reageren.

Luxenberg zegt dat het nog erger is dan men denkt: die driekwart die wel begrepen worden (al zijn er vaak nóg veel verschillende interpretaties), daar is een deel verkeerd van begrepen.

Zijn betoog: studie van de Koran houdt al eeuwen voornamelijk (enkel) rekening met Arabisch. Gaat ervan uit dat de Koran, al dan niet Goddelijk geïnspireerd, eerst mondeling overgeleverd werd in het Arabisch, en dan neergeschreven werd in het Arabisch.

Voor Luxenberg — die zich daarbij op stapels onderzoek baseert, maar dan wel onderzoek naar de vroegste bronnen in plaats van herinterpretatie van interpretatie — is veel van de Koran veel meer begrijpbaar als men ervan uitgaan dat grote delen uit het Syro-Aramees komen.

De volksstammen in het Arabisch schiereiland waren zowat ongeletterd, de Syrische christenen waren al vanaf de derde eeuw zwaar proselyterend bezig (tot in China, check it out), en voor Luxenberg is het heel erg waarschijnlijk de Koran wellicht gebaseerd is op Syrische teksten. Daar zijn morfologische en lexicografische sporen van te vinden in de tekst. Om te beginnen, de naam van het boek. Het woord qur’ān bijvoorbeeld bestond blijkbaar niet in het Arabisch en zou eigenlijk van het Syrische qəryān afkomstig zijn. Een qəryān is een lectionarium, een boek met lezingen uit joodse en christelijke teksten.

De Koran was met andere woorden in oorsprong een Christelijk liturgisch boek met een bloemlezing van teksten uit het Oude en Nieuwe Testament.

En dan worden plots allemaal compleet onduidelijke dingen duidelijk. Sura 19:24 (over Maria) zegt nu in Nederlandse vertaling dit:

Dan riep (Gods boodschapper) haar van beneden toe, zeggende: “Treur niet. Uw Heer heeft een beekje aan uw voet doen ontstaan;”

Een beekje doen ontstaan? Mhu? Wallahu Allam indeed. Na vijftien pagina’s en zesentwintig ellenlange voetnoten waar moeilijk een speld tussen te krijgen lijkt, komt Luxenberg met dit alternatief:

Then he [’t is te zeggen het pasgeboren kindeke Jezus] called to her immediately after her delivery: “Do not be sad, your Lord had made your delivery legitimate”.

…veel beter, effektief. En het heeft maar dertienhonderd jaar geduurd voor we daarop gekomen zijn.

Een ander voorbeeld: Sura 2:259. God heeft een mens honderd jaar dood laten wezen, wekt hem dan weer tot leven, en spreekt hem dan toe. Vertaling in het Nederlands:

Kijk nu naar uw voedsel en uw drank; zij zijn niet bedorven. En kijk naar uw ezel

Kijk naar uw ezel? De Syrisch-Aramese hypothese volgend, is het bovenstaande aldus te vertalen:

Look at your condition (i.e. how you are constituted) and your state: it has not changed. Behold your perfection (or completeness) (i.e. how perfect, how complete you are)!

Leutig. Want, vergis u niet: die “vreemde vertaling” naar het Nederlands is dus niet enkel in het Nederlands of in het Engels (“look at your food and drink; they did not spoil. Look at your donkey”) vreemd: in het Arabisch wordt dat ook zo gelezen. Van eten en drinken en ezels.

Oh, en nog ééntje: de zeventig maagden in de hemel? Verkeerd vertaald. Witte druiven.

Er is natuurlijk (redelijk wat) (wetenschappelijke) kritiek op Luxenberg, en dat is maar normaal ook.

Maar ik vind het ongelooflijk fantastisch, dat er ook in Koranstudie recente evolutie is. In de wetenschappelijke studie, as opposed to theologische: de twee hebben, net zoals voor de bijbel, hun plaats, maar ik vind vooral de eerste interessant.

Het is zoals met de vroege geschiedenis van het Christendom en het Jodendom, de studie van de “donkere” middeleeuwen in onze kant van Europa, de geschiedenis van Amerika vóór Columbus, dinosaurussen met pluimen: allemaal dingen die zelfs twintig jaar geleden nog helemaal anders bekeken werden dan nu, en die binnen twintig jaar wellicht nog anders zullen bekeken worden.

Wijs!

En verder: het boek, The Syro-Aramaic Reading of the Koran: A Contribution to the Decoding of the Language of the Koran, leest als een trein, zelfs al begrijp ik er geen tiende van, de essentie blijft hangen. En ik ben een fan van boeken met veel voetnoten, en al helemaal als de voetnoten langer zijn dan de tekst:

Voetnoot

…of zoals hier, over drie pagina’s (de vorige pagina stond ook al helemaal vol):

KGB_0008

Akkoord, die eerste voetnoot is wat overbodig want de inhoud ervan staan ongeveer verbatim nog eens herhaald tweehonderd bladzijden verder, maar toch.

Geef een reactie